English English

Terug naar overzicht

25.09.2008 | Early warning systeem nodig voor komst synthetische biologie

Op korte termijn zijn geen nieuwe voorzorgsmaatregelen nodig voor de veiligheid en risicobeheersing van synthetische biologie. De bestaande regelgeving voor genetische modificatie en de huidige methodiek van risicoanalyse bieden voldoende zekerheden voor de komende jaren.
Wel zal op afzienbare termijn het debat over synthetische biologie sterk toenemen. Het is nog veel te vroeg voor de overheid om sturing te geven aan dit debat. Want er zijn nog geen concrete toepassingen waarover zinvol gediscussieerd kan worden. Tegelijkertijd moet gewaakt worden dat er geen voldongen feiten ontstaan. De overheid moet zich daarom vooral richten op het volgen van de ontwikkelingen, via een ‘early warning system’, en op het beschikbaar stellen van informatie aan de deelnemers aan het maatschappelijk debat.

Dit stelt de COGEM in haar signalering “Biologische machines? Het anticiperen op ontwikkelingen in de synthetische biologie” die donderdag 25 september wordt aangeboden aan de minister van VROM, Jacqueline Cramer, door de voorzitter prof Bastiaan Zoeteman. Tegelijkertijd wordt aan de minister van OCW, Ronald Plasterk, het advies “Synthetische biologie: kansen creëren” van de KNAW, RGO en Gezondheidsraad aangeboden.

Synthetische biologie is een nieuw wetenschapsveld. Een samensmelting van genetische modificatie, IT wetenschappen (bio)nanotechnologie en andere levenswetenschappen. Synthetische biologie richt zich op het ontwerpen van kunstmatige biologische systemen, zowel cellen als organismen.

De aandacht voor de synthetische biologie bij wetenschappers en media neemt snel toe. Er zijn hoge verwachtingen over de toekomstige toepassingen van deze technologie maar er zijn ook zorgen over de eventuele gevolgen, zoals nieuwe ziekteverwekkende organismen, bioterrorisme etc.

Dit zijn vrijwel dezelfde ethisch-maatschappelijke vragen die spelen bij genetische modificatie. Naar aanleiding van uitingen in de media en Kamervragen heeft de minister van VROM de COGEM gevraagd advies uit te brengen over bioveiligheid en ethisch-maatschappelijke aspecten van synthetische biologie. Daarbij gaat het onder meer over de vraag of de bestaande risicoanalyse systematiek voor genetische modificatie ook van toepassing kan zijn op de synthetische biologie. Ook vraagt de Minister hoe de overheid de maatschappelijke discussie over dit onderwerp het beste kan faciliteren.

De COGEM geeft aan dat er een ‘hype’ te verwachten is rond synthetische biologie. Dan ontstaat er een maatschappelijk debat rond toekomstverwachtingen en doemscenario’s van voor- en tegenstanders. Omdat er nu nog geen concrete toepassingen in zicht zijn, zijn nauwelijks zinvolle uitspraken te doen over de (gewenste) richting van de technologie. De overheid moet zich daarom in deze fase beperken tot het verwerven van informatie en deze beschikbaar stellen aan derden.

Als de eerste concrete ontwikkelingen en toepassingen van deze technologie vorm beginnen te krijgen, verandert de situatie. De overheid moet zich hiervan bewust zijn en de aanloop naar de eerste marktontwikkelingen monitoren. Juist in deze periode moet zij een maatschappelijk debat faciliteren over de gewenste richting van de technologie.

Tevens concludeert de COGEM dat de synthetische biologie goed onder de huidige wetgeving voor genetische modificatie past. Nieuwe regelgeving is niet noodzakelijk. Ook hoeven er vooralsnog geen nieuwe veiligheidsmaatregelen ontwikkeld te worden voor werkzaamheden met synthetische organismen. De veiligheidsmaatregelen, de zgn. werk- en inperkingsvoorschriften,) die gehanteerd worden voor ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen) en wildtype pathogenen zijn goed toepasbaar om synthetische organismen in te perken. Ook de risicoanalysemethodiek voldoet, mede omdat de komende jaren alleen werkzaamheden met ‘veilige’ (biologisch ingeperkte en apathogene) organismen zullen plaatsvinden.