English English

Zoeken

Terug naar overzicht

13.03.2012 | Can transgenic crops go wild? A literary study on using plant traits for weediness pre-screening (CGM 2012-01)

Bij de milieurisicoanalyse van genetisch gemodificeerde (gg-) gewassen is een essentiële vraag of een transgen tot een uitbreiding of verandering kan leiden van de omstandigheden waaronder een gewas zich kan handhaven. Bij de nieuwste generatie gg-gewassen met bijvoorbeeld vorst- of droogtetolerantie, is het daarom van groot belang om het potentieel tot veronkruiding, verwildering en invasiviteit van het gg-gewas te analyseren. De COGEM streeft naar nadere uitwerking en verfijning van de risicoanalyse waarmee zowel aanvragers als risicobeoordelaars tegemoet worden gekomen. Daarom heeft de COGEM in dit onderzoeksproject laten onderzoeken of bepaalde elementen van de risicoanalyse van veronkruiding meer inzichtelijk en kwantificeerbaar kunnen worden gemaakt.
De uitvoerders van het project, Suzanne Kos, Tom de Jong en Wil Tamis van de Universiteit Leiden, hebben publieke botanische databases gebruikt voor een objectieve waardering van plantkenmerken die door anderen herhaald kan worden. De resultaten van het invullen van de Kos-vragenlijst voor onkruiden, willekeurige planten en gewassen, geven echter geen eenduidig beeld. Vier geïdentificeerde kenmerken bleken onderscheidend voor veronkruiding, maar de totale scores vertonen weinig onderscheid. Hoewel de vragenlijst het wetenschappelijke inzicht in de oorzaken van veronkruiding vergroot, acht de COGEM de bruikbaarheid van de lijst voor een voorspelling van het veronkruidingspotentieel van een gewas beperkt.

In het buitenland zijn op dit moment vergelijkbare initiatieven gaande voor een meer geoptimaliseerde beoordelingsmethode voor veronkruidingspotentieel. De Australische ‘Office of the Gene Technology Regulator’ ontwikkelt een nieuw systeem dat gebaseerd is op de ‘Weed Risk Assessment’ vragenlijsten. Waar het COGEM onderzoek zich beperkte tot levensloopkenmerken die goed kwantificeerbaar zijn, spelen in de Australische aanpak factoren zoals klimaat en praktijkervaring ook een rol. De COGEM wijst erop dat de Australische kwantitatieve vergelijkende analyse voor gg-gewassen, indien succesvol, mogelijk van waarde kan zijn voor de Nederlandse en Europese situatie. De COGEM zal de verdere ontwikkeling en evaluatie van deze methode dan ook nauwgezet volgen.