1. Er is nog nooit iemand ziek geworden door gentechnologie
juist en onjuist
Er zijn geen ziektegevallen bekend die een gevolg zijn van genetisch gemodificeerde virussen of bacteriën die naar het milieu zijn ontsnapt of die opzettelijk in het milieu zijn gebracht. Dat komt mede doordat onderzoekers van het begin af aan hebben meegewerkt aan strikte voorzorgsmaatregelen. Dat betekent niet dat alle toepassingen van genetische modificatie bij voorbaat veilig zijn. Zo zijn in Frankrijk kinderen die leden aan een levensbedreigende immuunziekte als proef behandeld met gentherapie. Een aantal van deze patiëntjes is daardoor genezen, maar de behandeling veroorzaakte bij sommige andere kinderen vervolgens leukemie. Dit heeft geleid tot veel nieuw onderzoek naar de mogelijkheid deze bijwerking te voorkomen.
2. De gezondheids- en milieuproblemen van genetische modificatie zijn achter het bureau bedacht. Als genetische modificatie risico’s voor de omgeving zou hebben, zouden in het verleden zeker al ongelukken zijn gebeurd.
Juist en onjuist
Inderdaad zijn veel risico-inschattingen het product van bureauwerk, namelijk van een wetenschappelijke theoretische benadering. Dit omdat er in de jaren tachtig en negentig te weinig praktijkgegevens waren over de risico’s. Door dit gebrek aan gegevens hebben wetenschappers bij onderzoek het voorzorgbeginsel in acht genomen. Dit betekent dat genetische modificatie niet zonder veiligheidsmaatregelen mocht worden toegepast, ook al was er nog geen duidelijk bewijs gevonden dat genetische modificatie inderdaad risico’s met zich mee bracht.
Inmiddels is er veel ervaring opgedaan. Als risico’s lager blijken dan aanvankelijk ingeschat maakt dit eenvoudiger vergunningprocedures en lagere veiligheidseisen mogelijk, zonder risico’s te vergroten. De COGEM heeft de overheid hierover vele malen geadviseerd. Zo zijn recombinant DNA werkzaamheden met verzwakte vaccin stammen van het pokkenvirus thans toegestaan op het laagste veiligheidsniveau. Ook werkzaamheden met de bacterie die gebruikt wordt om planten te modificeren zijn in tegenstelling tot vroeger op een laag niveau ingeschaald. Regelgeving moet steeds meegroeien met de wetenschappelijke kennis en ontwikkelingen. Daarom heeft de advisering door de COGEM een dynamisch karakter.
Als er wetenschappelijke onzekerheid is, blijft voor nieuwe ontwikkelingen het voorzorgprincipe nog steeds gelden. Indien onvoldoende kennis of gegevens beschikbaar zijn gaat de COGEM altijd uit van het ‘worst case scenario’. De maatregelen die de COGEM adviseert moeten de ergst denkbare risico’s voorkomen.
3. Regels over genetisch gemodificeerde organismen zijn onnodige bureaucratie en kunnen worden afgeschaft
Onjuist
Regels kunnen op dit moment niet worden afgeschaft omdat er aan sommige ggo-werkzaamheden risico’s zijn verbonden. Via genetische modificatie is het bijvoorbeeld mogelijk om van een relatief ongevaarlijk griepvirus een gevaarlijk subtype te maken zoals vogelgriep of het Spaanse griepvirus
En als blijkt dat er geen of zeer beperkte risico’s zitten aan een bepaalde vorm van genetische modificatie, dan nog zijn de regels daarvoor belangrijk. Regelgeving heeft namelijk een rol bij het voorspelbaar maken van het handelen van de overheid en het behouden van het vertrouwen van de burger in hoe onderzoekers en bedrijven met een techniek omgaan waarvan burgers en soms ook onderzoekers zelf niet alle gevolgen kunnen overzien. In Europa is het nog steeds een zeer betwist onderwerp in het maatschappelijke en politieke debat. Veel lidstaten willen genetische modificatie, vooral in de landbouw, vermijden. Milieuregels voor genetische modificatie kunnen alleen op Europees niveau worden afgeschaft. Dit zal niet gebeuren zolang een belangrijk deel van de Europese bevolking twijfels heeft over genetische modificatie.
4. Bedrijven en instelling moeten hun vergunningaanvrag voor gentechnologische genetische activiteiten bij de COGEM aanvragen
Onjuist
De COGEM geeft geen vergunningen af en kan dus ook geen vergunningaanvragen goed- of afkeuren. Vergunningaanvragers zoals universiteiten, laboratoria en industriële bedrijven, dienen hun vergunningaanvraag in bij het Ministerie van IenM. De aanvraag bevat resultaten van onderzoeken, specificaties van het genetisch gemodificeerd materiaal en dergelijke. Op basis van die informatie en eigen literatuuronderzoek en expertise adviseert de COGEM bij nieuwe situaties het Ministerie van IenM, die de vergunning wel of niet afgeeft. Het gaat om vergunningen voor genetische modificatie in afgesloten ruimten zoals kassen, dierverblijven en laboratoria, maar ook om veldproeven en om marktintroductie. De COGEM adviseert over te treffen veiligheidsmaatregelen.
5. De COGEM wil ten onrechte haar taken verbreden wat leidt tot overbodige regels en eisen
Onjuist
Van het verbreden van taken is geen sprake: de taken zijn afgebakend in de Wet milieubeheer en de COGEM houdt zich aan deze afbakening.
Het werkveld van de COGEM omvat alle gebieden in de gentechnologie: van landbouw tot medische toepassingen en van laboratoria tot commerciële introductie. De COGEM heeft hierin van de regering als taak gekregen te adviseren over vergunningaanvragen die genetische modificatie betreffen. Daarin beoordeelt zij mogelijke risico’s die het werken met genetisch gemodificeerde organismen kan hebben voor mens en milieu en geeft ze aan of de veiligheidsmaatregelen voldoende zijn. Jaarlijks geeft de COGEM ongeveer 45 adviezen af.
Naast adviseren over vergunningen moet de COGEM volgens de wet de regering informeren over de ethisch-maatschappelijke aspecten van genetische modificatie. Hierbij inventariseert de COGEM de standpunten van betrokken partijen zonder daar zelf een oordeel over uit te spreken. Bij de beschrijving van die standpunten streeft de COGEM ernaar deze zo systematisch mogelijk weer te geven evenals de argumenten waarmee de standpunten worden onderbouwd. Deze standpunten met hun achterliggende argumenten kan de politiek vervolgens wegen bij haar besluitvorming. Dit informeren gebeurt zowel gevraagd als ongevraagd.
Dit informeren gebeurt de afgelopen jaren circa twee keer per jaar. Daarbij gaat het doorgaans niet om specifieke vergunningaanvragen, maar om nieuwe technische ontwikkelingen, zoals farmagewassen of cisgenese. Dit laatste is een vorm van genetische modificatie waarbij alleen erfelijk materiaal wordt ingebracht dat ook via normale veredeling ingebracht zou kunnen worden.
Ook informeert de COGEM over algemene ontwikkelingen zoals de gevolgen van mondialisering voor de handelingsvrijheid van de nationale overheid op het gebied van gentechnologie. Een bijzonder voorbeeld is gentherapie van Nederlandse Patiënten in China. De vraag hierbij is of Nederland nog wel op haar eigen houtje beleid kan maken.
Door in bijzondere gevallen dit soort dilemma's vroeg te signaleren kan de politiek zich voorbereiden op de kwesties voordat deze acuut zijn.
6. De COGEM gebruikt etische en maatschappelijke argumenten om extra bezwaren zo naar voren te brengen en zo vergunningen voor onderzoek en veldexperimenten te vertragen en tegen te houden
Onjuist
Het gaat hier om twee verschillende zaken: de COGEM informeert de regering over ethische en maatschappelijke argumenten over genetische modificatie. Het informeren gaat over algemene vraagstukken die individuele vergunningaanvragen ontstijgen. Hierbij neemt de COGEM geen positie in, maar geeft ze alleen feiten en meningen weer van zoveel mogelijk betrokkenen. Dit staat los van de wetenschappelijke technische adviezen die de COGEM geeft over individuele vergunningaanvragen die het Ministerie van IenM aan de COGEM voorlegt. Daarbij neemt de COGEM wel een positie in over de te nemen veiligheidsmaatregelen.
7. De COGEM neemt argumenten over van tegenstanders van biotechnologie die risico's opwerpen die je niet in maat en getal kunt uitdrukken
Juist maar onvolledig
De COGEM duidt de argumenten, onafhankelijk of die door voor- of tegenstanders van biotechnologie naar voren worden gebracht. Verder geeft de COGEM de achtergrond en zo mogelijk de betekenis van de verschillende argumenten weer. Beide typen argumenten gebruikt zij bij haar adviezen om milieurisico’s te beperken tot een verwaarloosbaar niveau en bij haar maatschappelijke signaleringen.
Soms zijn cijfers beschikbaar over de grootte van risico’s. Als die er niet zijn, gaat de COGEM uit van een zogenaamd worst case scenario. Om hier een inschatting van te maken brengt de COGEM deskundigen bijeen. Hun wetenschappelijke en ervaringskennis geeft tevens aanknopingspunten voor mogelijke veiligheidsvoorschriften. Zeer strenge voorschriften maken onderzoek onmogelijk, maar zeer milde voorschriften kunnen risico’s met zich mee brengen. De COGEM stelt veiligheid voorop maar probeert niettemin een balans tussen deze twee te vinden, zodat onderzoekers hun werk kunnen blijven doen.
8. De COGEM is een extra bureaucratische laag van ambtenaren die alleen maar zichzelf in stand willen houden
Onjuist
De COGEM bestaat niet uit ambtenaren, maar uit wetenschappers. De COGEM-leden zijn onafhankelijke deskundigen en werken bij universiteiten en instellingen. Alleen bij het COGEM-secretariaat werken ambtenaren. Zij werken de meningen van de leden uit tot teksten. Opheffing van de COGEM geeft bedrijven, universiteiten en andere organisaties geen tijdwinst bij hun vergunningaanvraag. Die wordt namelijk volgens vaste regels behandeld door het Ministerie van IenM.
In de COGEM zijn uiteenlopende wetenschappelijke expertises vertegenwoordigd. Dat bevordert dat regels en de uitvoering hiervan zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Dit is vooral belangrijk omdat gentechnologie wetenschappelijk volop in beweging is. Voor burgers is het van belang te weten dat er door de inbreng van de COGEM een onafhankelijk wetenschappelijk second opinion wordt gehoord bij het maken van regels en vergunningen door het Ministerie van IenM. Het is van belang dat deze wetenschappelijke verantwoordelijkheid van de COGEM is gescheiden van de integrale politieke verantwoordelijkheid van IenM.
9. De COGEM bestaat uit deskundigen die zakelijke belangen hebben bij biotechnologie. Daarom is de COGEM niet objectief
Juist en onjuist
Het klopt dat er meerdere deskundigen in de COGEM zitten die aan laboratoria, universiteiten of andere organisaties zijn verbonden die belang hebben bij biotechnologie. Die verbondenheid maakt hen nu juist deskundig. Dat is onvermijdelijk. En inderdaad zou op die manier belangenverstrengeling kunnen ontstaan. Want deze instellingen hebben, op het moment dat zij een vergunningaanvraag indienen, belang bij een positief advies van de COGEM.
Procedureel is echter vastgelegd hoe deze mogelijke belangenverstrengeling wordt voorkomen. Een deskundige mag namelijk nooit meewerken aan een vergunningadvies voor een organisatie waarbij hij of zij zelf is betrokken. Bovendien zitten in de COGEM leden met verschillende expertises zoals ecologie, moleculaire biologie, filosofie, ethiek en geneeskunde. Dat betekent dat de mening van één lid altijd door een aantal collega's wordt getoetst. Bovendien kan iedereen die dat wil controleren of daar de hand aan wordt gehouden want de vergaderingen van de COGEM zijn openbaar.
10. Adviezen van de COGEM leiden tot vertraging bij vergunningverlening
Onjuist
De termijnen waarbinnen het Ministerie van IenM over een vergunning moet beslissen, liggen wettelijk vast. De tijd die de COGEM heeft om hierover te adviseren, is daarop afgestemd. Deze termijn heeft de COGEM de laatste vijf jaar nooit overschreden. Een vergunning wordt niet sneller afgegeven als de COGEM geen advies zou geven.