|
Persberichten
9 april 2010 Vrijkomen gg-zaden onvermijdelijk bij import koolzaadBij de import en verwerking van koolzaad worden grote aantallen zaden gemorst. Indien in de toekomst gg-koolzaad geïmporteerd wordt, kan dit een bron voor verspreiding in het milieu zijn. Op dit moment kan vogelzaad al een bron van verspreiding zijn voor gg-koolzaad, aangezien bestanddelen van vogelvoer uit Noord-Amerika wordt geïmporteerd waar gg-koolzaad grootschalig verbouwd wordt. Importeurs, handelaars en de overheid moeten zich van deze problematiek meer bewust zijn. Ook is vervolgonderzoek nodig naar de eventuele gevolgen van het morsen van zaden. Bij de import en verwerking van koolzaad worden grote aantallen zaden gemorst. Indien in de toekomst gg-koolzaad geïmporteerd wordt, kan dit een bron voor verspreiding in het milieu zijn. Op dit moment kan vogelzaad al een bron van verspreiding zijn voor gg-koolzaad, aangezien bestanddelen van vogelvoer uit Noord-Amerika wordt geïmporteerd waar gg-koolzaad grootschalig verbouwd wordt. Importeurs, handelaars en de overheid moeten zich van deze problematiek meer bewust zijn. Ook is vervolgonderzoek nodig naar de eventuele gevolgen van het morsen van zaden.Als onderdeel van een groter onderzoek naar koolzaad in Nederland heeft de COGEM de transportketen van koolzaad door de Universiteit Leiden in kaart laten brengen. Uit dit onderzoek blijkt dat, hoewel er drie verschillende gg-variëteiten in de EU toegelaten zijn voor import en verwerking, er nauwelijks gg-koolzaad in Nederland geïmporteerd wordt. Dit kan in de toekomst veranderen omdat de vraag naar koolzaad voor verwerking tot olie toeneemt en de grootste producent, Canada, gg-koolzaad verbouwt. Op dit moment wordt koolzaad vooral uit andere EU landen geïmporteerd. Koolzaad wordt met schepen naar de Nederlandse perserijen aangevoerd. Bij het transport, de overslag en de verwerking gaan grote aantallen (miljarden) zaden verloren die deels in het milieu terechtkomen. Het aantal olieperserijen is beperkt; zij bevinden zich allemaal nabij havens. Rond overslagpunten en olieperserijen zijn door de onderzoekers conventionele koolzaadplanten aangetroffen. Onduidelijk is of dit leidt tot de vorming van stabiele populaties of dat het beperkt blijft tot planten uit gemorste zaden. In vervolgonderzoek zal hiernaar gekeken worden. Persbericht | Onderzoeksrapport
| | ||||||||||||||||||||||||